In West-Brabant startten de eerste helft van dit jaar 2300 mensen een eigen bedrijf; bijna 10 procent meer dan in dezelfde periode in 2009. Zoals het er nu naar uitziet, gaat 2010 zelfs de boeken in als het jaar met de meeste startende ondernemers in de historie.
In heel Nederland schreven zich in september 18 procent meer starters in bij de Kamer van Koophandel (KvK) dan een jaar eerder. Dat is opvallend, gezien de economische omstandigheden. Tijdens de vorige neergang, in 2001, nam het aantal starters flink af. Dat was ook vorig jaar het geval, maar in tegenstelling tot 2001 werden toen alsnog veel meer bedrijven opgericht dan opgeheven.
Hebben al die starters het gat in de markt gevonden? Hopen zij over een paar jaar tussen de Brenninkmeijers en Oranjes in de rijkenlijst Quote 500 te staan? Nee. Het inkomen is voor slechts 7 procent van de starters de belangrijkste motivatie om een eigen bedrijf te starten. Uit een onderzoek van de KvK onder 1200 starters blijkt dat onafhankelijkheid met stip op één staat. Geen baas die op je vingers kijkt, geen zeurende collega's, je eigen werktijden bepalen: voor 40 procent van de starters gaf dat de doorslag. Zo'n twintig procent begon min of meer noodgedwongen voor zichzelf nadat ze op straat kwamen te staan door ontslag of een reorganisatie. Nog eens bijna 20 procent koos voor het ondernemerschap 'om een droom waar te maken'.
Die droom spat niet zelden weer snel uit elkaar: de helft van alle nieuwe bedrijfjes wordt, al dan niet gedwongen, binnen vijf jaar weer opgedoekt. 11 procent sluit zelfs binnen een jaar alweer zijn deuren.

